Maastricht

Erflaters deel 8

Locatie
Data
Kosten
Locatie
Data
15-02-2019 t/m 10-05-2019
Kosten
€ 285,00
Vakgebied
Cultuurgeschiedenis
Cursusnummer
V19M09
Omschrijving

Erflaters 8: twintigste eeuw

Vanaf de late negentiende eeuw treden er bewegingen, denkrichtingen en kunststromingen tevoorschijn die met traditionele vormen en ideeën willen breken, of er op z’n minst de discussie mee willen aangaan: ‘modernisme’ is een brede term voor deze neiging tot het nieuwe. De schok die de eerste wereldoorlog teweegbrengt versterkt nog de drang tot ondergraving van het oude en de impuls tot vrijheid en verandering. De eindeloze rijen graven manen tot vragen: wie of wat is de mens? Wat is de zin van het leven te midden van verwoesting en willekeur, in een wereld zonder god, in een wereld van ratio en snelle technologische ontwikkelingen? Ontzagwekkende vragen, waarop de filosoof Martin Heidegger een verheven antwoord geeft: de mens moet authentiek leven, wars van technologie, commercie en consumentisme; hij moet ‘Dasein’, hij moet zich laten aanspreken door het ‘Zijn’ en de confrontatie met z’n sterfelijkheid aangaan. Het existentialisme zal op Heidegger voortborduren: de mens is veroordeeld tot het leven en de individuele mens moet zelf de zin ervan creëren. Om dat voor elkaar te krijgen beschikt deze bij Sartre tenminste nog over een vrije wil. Maar die vrije wil is hem in het meer recente verleden afgenomen door Swaab cum suis. Bij Daniel Dennett echter, die ook in deze cursus aan de orde zal komen, blijft de vrije wil met determinisme verenigbaar. Het begrip ‘bewustzijn’ en de spanning tussen het ‘alledaagse’ en het wetenschappelijke mensbeeld zullen eveneens worden besproken in het filosofisch deel van deze cursus.

De muzieklessen over de twintigste eeuw focussen op twee grote meesters van de moderniteit, Claude Debussy en Igor Strawinsky. Automatisch wordt daarmee de schijnwerper vooral gericht op Parijs aan het begin van de twintigste eeuw. Aan de orde komt allereerst de reactie op de Duitse laatromantiek met Erik Satie als protagonist. Daarnaast speelt in deze periode tevens de controverse tonaliteit versus atonaliteit. Veel componisten nemen hierin duidelijk stelling voor één van beide stromingen. Igor Strawinsky die zich stilistisch op vele terreinen begeeft neemt hierin een zeer eigenzinnig standpunt in. Hij ontwikkelt de neoklassieke stijl, door sommigen geringschattend ‘klassiek met de verkeerde noten’ genoemd.

In de Franse muziekwereld treedt Debussy naar voren als een radicale vernieuwer die eigenhandig de koers van de muziek verandert. Door traditionele regels en conventies in een nieuwe taal te gieten schept hij een rijk oeuvre dat een onuitwisbaar stempel drukt op de 20e-eeuwse muziek. Aan de hand van een aantal composities, beluisteren en bespreken we de vernieuwende elementen in harmonie en vormgeving en vooral in kleur en instrumentale zetting.

Het succes komt voor Strawinsky in 1910  met de opdracht voor de vuurvogel van Serge Diaghilev, de leider van de Ballets Russes. Diaghilev moedigt Strawinsky aan om zijn ‘Russiche hart’ te laten spreken en geeft hem opdrachten voor nieuwe balletten, zoals ‘le Sacre du Printemps”, waarvan de première een groot schandaal veroorzaakt. Evenals Picasso maakt Strawinsky vele radicale  transformaties door, maar toch blijft hij onmiskenbaar zichzelf. De muziek van Strawinsky is zeer gestructureerd en zet opnieuw het vakmanschap centraal. Een gevleugelde uitspraak van hem is dat het métier van het componeren gebaseerd is op 1% inspiratie en 99% transpiratie.

Een beweging die radicaal afrekent met bestaande voorstellingen over wat kunst is, is het door het nihilisme geïnspireerde dadaïsme. Onbeschaamd schoppen de dadaïsten tradities en conventies onderuit. Maar ze schoppen niet alleen, ze creëren er ook op los. De dichter Paul van Ostayen schept ‘poésie pure’, klankgedichten en visuele gedichten, losgezongen ‘vrije organismen, zonder verband met de schepper’, claimt de dichter zelf. Maar de schepper valt nu eenmaal niet weg te moffelen; en daarom is hij een van de erflaters in deze cursus.

De dichter Martinus Nijhoff is bepaald geen nihilist. Hij heeft een boodschap van menselijkheid, hij is op zoek naar een ‘bestaan boven de mathematische resultanten der werkelijkheid’. Maar ook hij gelooft, hoewel hij vasthoudt aan klassieke vormen, in de autonomie van het gedicht; de dichter ‘hoeft alleen de vingers over de fluit te bewegen’. Nijhoffs taal is de gewone spreektaal, helder en concreet.

In de architectuur en in de beeldende kunst bestaat een sterk verlangen met de traditie af te rekenen. Abstractie, ratio, zuivering, vereenvoudiging, primaire kleuren, geometrische vormen: allemaal strevingen met als hoger doel het bereiken van harmonie; het universele en objectieve moeten het individuele en subjectieve overwinnen. In Nederland vinden we dit streven naar universaliteit en abstractie in De Stijl en in het werk van Piet Mondriaan.

Wetenschap en technologie zijn verworvenheden die het universele faciliteren. Maar wat eruit voortvloeit kan ook ontmenselijken: commercie, massacultuur, ongebreidelde consumptie. Andy Warhol zet deze neveneffecten met groot genoegen om in kunst, in Pop Art: series onpersoonlijke zeefdrukken, bijvoorbeeld, die steeds hetzelfde eindeloos herhalen.

Is er een uitweg uit de eenentwintigste-eeuwse oververzadiging, uit de verlamming, uit het gebrek aan perspectieven en idealen en uit de politieke en economische onzekerheden? Misschien kan de geschiedenis van de vorige eeuw ons helpen: de Amerikaanse president Woodrow Wilson, die ooit de oproep deed ‘to make the world safe for democracy’, en de econoom John Maynard Keynes, die actieve sturing van de economie bepleitte, geven u misschien aanzetten tot een antwoord op deze vragen.

Duur
10 x 2 uur
Data
15-02-2019 t/m 10-05-2019
Dag / Tijd
Vrijdag van 10.30 - 12.30 uur (let op : niet op 8 maart ivm Carnaval en 2 mei ivm Meivakantie)
Delen